Jan ten Bruggencate1,2

M, #4726, ° n 1685, +. maart 1738
VaderHerman ten Bruggencate1,3 ° ts 1643 - 1650, +. v 21 mei 1712
MoederGeesken Rompelmans3 ° z 1655, +. v 1707

Familie

Gesijna Holtman ° z 1690
Kinderen
     Jan ten Bruggencate was geboren n 1685 in Almelo.1,2 Hij trouwde (NH) met Gesina Houtmans op 19 jan 1716 te Enter4 (otr. (NH) 15 dec 1715, Almelo, ook in Delden.)2,5 Hij overleed op 20 maart 1738. Waarschijnlijk overleed hij in Bengalen.6

Meer informatie: Hij woonde bij zijn huwelijk te Almelo.4,5
     Na zijn huwelijk gaat Jan ten Bruggencate op de boerderij van zijn vrouw Gesijna's familie wonen. In 1721 koopt Jan's broer Lambert de ramen van het klooster in Albergen, en hij geeft die aan Jan, die ze gebruikt voor een nieuwe boerderij. Deze boerderij staat nog steeds in Zeldam (Rapperdsweg 5), hoewel er op het moment wel problemen zijn met Monumentenzorg.7,8
Jan ten Bruggencate gaat op 18 dec 1732 in dienst van de VOC. Hij was een huistimmerman. Hij vaart uit vanuit Texel op het schip Vis onder Master Lukas Semeyns. Zijn vrouw Geesje Houtman is vermeld in zijn contract.
De "Vis" vertrekt van Texel, en behoorde tot de VOC kamer van Enkhuizen. Het was 600 ton, gebouwd in Enkhuizen, type fluit. Aantal opvarenden was 150. Omdat het schip in slechte staat was, werd het op 1 Feb 1733 in Lissabon verkocht. De "Eendracht" (nu de "Nieuwe Vis" genaamd) nam het cargo over op 8 Sep 1733. 37 bemanningsleden, 7 soldaten en 5 handwerklieden deserteerden in Lissabon.9,6
     Artikel uit De Twentsche Courant Tubantia van 28-03-2001

Sint Antonius, beste vriend...
     De herkomst van de naam Albergen, Albergs bezit van monumentale Oldenzaalse panden, kloosterkozijnen die in een Ambt Deldense boerderij terecht kwamen. Het zijn enkele van de opmerkelijke vondsten die jaren van intensief speurwerk naar het vroegere Antoniusconvent hebben opgeleverd. Deze zomer zetten de onderzoekers er een punt achter. Met de presentatie van een totaalpakket over het Albergse klooster.
     Meest verbaasd zijn de speurende leden van de Werkgroep Sint Antoniusklooster Albergen nog over de ontdekking van de herkomst van de naam van het dorp. Nauwelijks bekomen van de opschudding door de unieke vondst van de luchtfoto, die als een geweldige gelukstreffer onder het asfalt de contouren van het oudste kloostergebouw uit 1407 bleek prijs te geven, bogen ze zich over de vreemde bochtige lijn die te ontwaren was. Een gang kon het niet zijn. Was het ook niet, leerde nader onderzoek. Want het was een beek. Haaks op de lijn waren tal van strepen te zien. Begraafplaatsen dacht iemand nog. Maar dat was niet juist. Studie van onder meer het Agnesklooster van Oldenzaal bracht de uitkomst. Bij de bouw op vochtige plekken ondersteunden vroegere bouwers de fundamenten vaak met houten planken. Als stutten, maar ook als erkende vochtvreters. En zo was het in Albergen ook gedaan. Die dwarse strepen markeerden de plekken waar het hout ooit zijn drainerend werk deed. Ze volgden keurig de loop van de beek. En zo viel alles op zijn plaats en was ook die rare kronkel rond het voormalige kloosterkerkhof verklaard. Want daar had het stroompje zijn weg gezocht.
     "Aan deze beek heeft Albergen zijn naam te danken", zegt Tilly Hesselink-van der Riet, de stuwende kracht achter het kloosterproject. "Alf" en "bergen" zijn de elementen waaruit de naam is opgebouwd. Dat "bergen" is wel duidelijk, die staan voor heuvels en het klooster is op een hoog punt gebouwd, op een erf dat ook al "Hobergen"
heette. Om "alf" gaat het in dit geval. Dat komt uit het Keltisch en staat voor "de witte" en "de witte" is weer synoniem met een zijbeek. De beek stroomde tussen de "bergen" door en daar ontstond het klooster, de kiem voor het latere Albergen.
     Het oude, vooraanstaande Albergse klooster ging weer leven dankzij Joannes van Lochem. Hij was prior van 1520 tot 1525. Zijn in die jaren bijgehouden kroniek bleef bewaard en kwam in 1995, omgezet in hedendaags Nederlands, in boekvorm uit. De werkgroep die de klus klaarde wist toen al dat die publicatie niet het einde van het project zou betekenen. Het werd het startpunt voor een uitputtende vervolgstudie. De onderzoekers gingen spitten in de grond en de literatuur en brachten zoveel naar boven dat het beeld van wat ooit het grootste Twentse mannenklooster was, vrijwel compleet is. Katholieken roepen vaak Sint Antonius aan om terug te vinden wat ze kwijt geraakt zijn. In het geval van het aan hem gewijde Albergse klooster heeft de heilige zich van zijn vriendelijkste kant laten zien.
     Op 2 juli is het 594 jaar geleden dat de eerste rector van de broeders van het gemene leven in Albergen arriveerde, daags voor die verjaardag wil de werkgroep het project formeel afsluiten en de bevindingen van het historisch speurwerk aan het publiek vrijgeven. Via een bronzen maquette op het kerkplein waarop het volledige kloostercomplex in miniatuur te zien is; een tweezijdig infopaneel, compleet met tekst in braille en walkmen met cassettebandjes voor blinden en slechtzienden; het tentoonstellen van opgegraven grafzerken uit de vijftiende en zeventiende eeuw op het kerkplein en een boek, waarin alle historische ontdekkingen beschreven worden.

Met een recente ontdekking als één van de opmerkelijkste hoofdstukjes. Want nog niet zo lang geleden stuitten de onderzoekers op zandstenen kloosterkozijnen uit de vijftiende eeuw die in een boerderij in Ambt Delden aanwezig zijn, maar oorspronkelijk tot het Albergse klooster behoord hebben. "Het zijn de oudste kloosterkozijnen die Twente nog rijk is", zegt Tilly Hesselink. En het aardige is dat zij in oude rekeningen de overdracht van het bouwmateriaal terug heeft kunnen vinden. Het Sint Antoniusklooster hield in 1721 op te bestaan en ging in de openbare verkoop. Ene Ten Bruggencate uit Almelo kocht een deel ervan op en diens broer blijkt getrouwd te zijn op de boerderij waar de kozijnen nu nog pronken.

Maar ook de andere vondsten mogen er zijn. De werkgroep heeft meer dan honderd boerderijen en grondstukken, verspreid over heel Overijssel en het Duitse grensgebied, opgespoord die tot het Albergse klooster behoorden. Ze staan allemaal in het boek, met alle beschikbare en door plaatselijke heemkundegroepen aangereikte informatie en in vrijwel alle gevallen ook nog eens met de namen van de huidige bewoners of eigenaren erbij. Zo is voor het eerst een overzicht voorhanden waar de economische relaties van de Alberger kloosterlingen lagen. "Het was voor ons verrassend dat ze zo veel en wijd verbreide contacten hadden", concludeert werkgroep-voorzitter Ben Th³ss.

Tot de eigendommen behoorden ook enkele huizen in steden in en ver buiten Twente. Ze stonden in Oldenzaal, Ootmarsum, Enter, Zwolle, Deventer en Nijmegen. Het Oldenzaalse bezit is des te interessanter omdat het gaat om enkele vooraanstaande gebouwen in de binnenstad. Het vroegere complex van hotel Ter Stege (nu herberg de Gulden Kroes en grill-café De Gulden Beugel) en de voormalige Twentsche Bank (nu restaurant Ying Ping) waren ooit Albergs. Oldenzaal had een centrum-functie, de klooster-oversten moesten er regelmatig naar toe voor officiele handelingen. Tilly Hesselink en Ben Th³ss vermoeden dat ze dan tijdelijk in "hun" huizen verbleven.

Tot de bijzondere vondsten rekent de werkgroep ook de ontdekking dat de kloosterlingen zelf vis kweekten. In de archiefstukken dook het begrip "dijck" op, waarvan de betekenis aanvankelijk duister was, maar dat bij nader onderzoek bleek te staan voor een visserij. Van één ervan zijn de sporen tot in de huidige tijd bewaard gebleven, even voorbij de plek waar de Lolee de weg van Zenderen naar Albergen kruist. Ook in het dorp Albergen zelf, bij het vroegere gasthuis heeft het klooster zo'n viskweekvijver geéxploiteerd.

Dat gasthuis ontstond in 1526 uit een verbouwing van de kapel die daar zo'n honderdvijftig jaar eerder gewijd was, naast de buurbank, ook al een historische plek die het onderzoek van de werkgroep aan het licht bracht en die dienst deed als de gerechtsplaats van de marke.10
     Artikel uit De Twentsche Courant Tubantia van 12-12-2001

Van herberg tot handelshuis
     Honderden scherven getuigen van een lange historie. De geschiedenis van het huis aan de Rapperdsweg gaat eeuwen terug. Van herberg en handelshuis tot de grootste hobby van bewoner Willem Leuvelink.
     Willem en Gerrit Leuvelink, Rapperdsweg 5, Zeldam (Ambt Delden)

     ZELDAM - Willem Leuvelink, bijna 77 jaar, draait nog een shaggie en slaat de benen over elkaar op z’n gemaksstoel in de door rook vergeelde bijkeuken. ‘Hier zit ik het liefst’, zegt hij.
     Z’n grootste hobby is naast de jacht, de historie. Leuvelink is lid van de archeologische werkgemeenschap, afdeling Twente. ‘En mijn eigen omgeving heeft, uiteraard zou ik haast zeggen, m’n grootste interesse.’
     Zijn voorouders kwamen zo’n zeshonderd jaar geleden naar de plek waar hij nu woont, aan de handelsroute van Oldenzaal naar Deventer. Het huidige huis nam in 1725 de plaats in van de eerste woning.
     De basis vormden de smalle hoge ramen uit een oud klooster in Albergen. Leuvelink heeft een eenvoudige verklaring voor de verhuizing van de ramen naar het Zeldam. ‘De bouwer van dit huis, ene Ten Bruggencate, had het klooster gesloopt. Hij trouwde hier een dochter van de familie Houtman. Mijn over-, over-, overgroot tante’, glimlacht Leuvelink.
     In 1538 stond op de plek een herberg annex handelshuis. ‘Ik heb scherven van aardewerk laten onderzoeken door provinciaal archeoloog Dr. Verlinde. Samen met hem kwam ik er achter dat hier tot 1841 ook een brouwerij heeft gestaan om de herberg te voorzien van bier en misschien sterke drank.’
     De voorouders handelden eveneens in aardewerk. Het werd vanuit Duitsland met paard en wagen gebracht en in het handelshuis opgeslagen. Van daaruit werd het meteen verscheept, verder Nederland in. Een kleine haven nabij het huis herinnert nog aan die tijd. Het haventje lag aan de Potlee, nu slechts nog een smal beekje, dat uitmondt in de Regge. Waarschijnlijk heette de herberg ‘Zeldam’, net als de boerderij die ooit dichtbij stond en waarnaar de omgeving later vernoemd werd. ‘In die tijd heette het hier nog Kotwig’, zegt Leuvelink.
     Z’n ogen glinsteren als hij het ene na het andere jaartal opsomt. ‘Ik heb een slecht kort geheugen, maar jaartallen en familienamen, daar vraag je me niet mis. Die ken ik allemaal.’
     De eerste Leuvelink kwam in 1825 in het huis wonen. In de gevel getuigt een steen met initialen van het huwelijk met Gerendina Houtman. Willem Leuvelink laat een brief zien uit 1764. ‘Die is van Albert Houtman.’
     De brief vormt een bewijs van eigendom. Hij lag vele jaren in een lade van het kabinet met testamenten en andere oude documenten. Die zijn nu veilig opgeborgen, verzekert de bewoner.
     Enkele jaren geleden verkocht hij het huis, waar hij wat hem betreft blijft wonen tot zijn dood, aan z’n buurman. ‘Het viel me heel zwaar. Het was geen makkelijke beslissing. Zeker als je beseft dat al zes eeuwen lang familie van mij op deze plek gewoond heeft. Onze kinderen hadden geen belangstelling om hier verder te gaan, dus heb ik de knoop doorgehakt. Maar wel onder de voorwaarde dat ik hier kan blijven zolang ik wil.’.7
     Artikel uit De Twentsche Courant Tubantia van 18-02-2003

Wel of geen monument?
Lot historisch boerderij is onzeker
     Is boerderij aan de Rappardsweg 5 in Zeldam bijzonder genoeg om al rijksmonument aan te wijzen? Cultuurhistorici en de gemeente vinden van wel. De eigenaar wil de bouwval afbreken. Het woord is nu aan de minister.
     Op het eerste gezicht lijkt de boerderij aan de Rappardsweg 5 in de Ambt Deldense buurtschap Zeldam weinig soeps. Rijp voor de sloop. Maar wat blijkt? In de boerderij zijn drie zandstenen kruisvensters en platen (waarschijnlijk grafzerken) uit de vijftiende eeuw aangetroffen die behoorden tot het Sint Antoniusklooster in Albergen. ‘Het zijn de oudste kloosterkozijnen die Overijssel nog rijk is’, zei Tilly Hesselink van de Stichting Werkgroep Sint Anthoniusklooster Albergen langs tijdens een hoorzitting die de gemeente Hof van Twente over de toekomst van de boerderij organiseerde.
     De Werkgroep Sint Anthoniusklooster heeft de oude rekeningen van het bouwmateriaal nog kunnen vinden. Vast staat dat het klooster in 1721 op hield te bestaan en in de openbare verkoop ging. De Almeloër Ten Bruggencate kocht een deel van het gebouw op. De zandstenenkozijnen kwamen terecht op de boerderij van Bruggencate’s broer aan de Rappardsweg in Zeldam.
     Door de aanwezigheid van de vensters en grafzerken is de boerderij volgens de Werkgroep Sint Antoniusklooster belangrijk genoeg om als monument aan te merken. Daar komt volgens de werkgroep nog bij dat het pand door een originele keuken uit 1892 en de architectuur waardevol is. De boerderij was ooit het middelpunt van handel.
     De familie Overbeek, aan wie de boerderij toehoort, is er tegen van de boerderij een monument te maken. Zij vreest dat zo’n aanwijzing de bouwkundige vrijheden beperkt. Plaatsing op de lijst van rijksmonumenten leidt tot ‘waardevermindering en onverkoopbaarheid van de boerderij.’ Als het aan de eigenaresse ligt, dan gaat het pand tegen de vlakte en wordt het steen voor steen herbouwd. Met behoud van de zandstenen kozijnen en grafzerken uit het voormalige klooster in Albergen. Ook de keuken wil de familie Overbeek behouden. B en W zijn - na een hoorziting van de betrokkenden en het inwinnen van adviezen - tot de slotsom gekomen dat aanwijzing tot monument de beste oplossing op. Plaatsing op de gemeentelijke monumenten levert volgens het college onvoldoende geld om de grootscheepse restauratie van de boerderij te kunnen betalen. Daarom stellen B en W de raad voor de minister van OCW te vragen het pand een plek op de rijksmonumentenlijst te geven. Onbekend is nog wanneer de rijkssubsidie beschikbaar kan komen.11
Voor een korte blogpost over zijn tweeling Jacob ten Bronkaten en Isaac ten Bronkaten zie link.
Voor een korte blogpost, zie link.

Bronvermelding(en)

  1. [S23] SA: Inv. #2618*. Fol. 120-122: Transportacte, 9 Oct 1715. Toegang 39, Inv. #2618-2625.
  2. [S10] DTB Almelo (NH), Huwelijken/Marriages : Jan ten Bruggenkate en Gesijna Holtman, 15 Dec 1715.
  3. [S53] A. Bicker Caarten, Microfiche, Fiche 1724: 47-48. Afstammelingen Harmen ten Bruggencate en Stynken. Centraal Bureau voor Genealogy.
  4. [S513] VPND, Enter Huwelijken : Geen namen (Jan ten Bruggenkate en Gesina Houtmans), 19 Jan 1716. Index and/or images online at http://vpnd.nl. Contains scans of original documents.
  5. [S513] VPND, Delden Huwelijken : 1715 #49. Jan ten Bruggenkate, binnen Almelo, en Gesina Houtman, op het Zeldam, 15 Dec 1715. dimissi 20 Jan 1716. Index and/or images online at http://vpnd.nl. Contains scans of original documents.
  6. [S75] NL-HaNA, VOC, toeg.#1.04.02, inv.#14722. Index and/or images online at http://vocopvarenden.nationaalarchief.nl/. This is a searchable database, consisting of the ships pay books ( scheepssoldijboeken).
  7. [S231] DB Tubantia, (1966 - present), Van herberg tot handelshuis, 12 Dec 2001.
  8. [S163] Mevr. T. Hesselink-van der Riet, 13 Dec 2002.
  9. [S423] De VOC Site, online: http://www.vocsite.nl/
  10. [S231] DB Tubantia, (1966 - present), Sint Antonius, beste vriend... , 28 Mar 2001.
  11. [S231] DB Tubantia, (1966 - present), Wel of geen Monument, 18 Feb 2003.
  12. [S723] Ondertrouw, Amsterdam, Boek 732, Fol. 362. Johannis Pranger en Alijda Ten bruggenkaten, 29 Dec 1752. Index and/or images online at https://archief.amsterdam/indexen/persons
  13. [S723] Ondertrouw, Amsterdam, Boek 588, Fol. 128. Harmanus Ten bruggenkaten en Jacomijn Hofman, 23 Oct 1744. Index and/or images online at https://archief.amsterdam/indexen/persons
  14. [S723] Ondertrouw, Amsterdam, Boek 601, Fol. 80. Jacobus Berkel en Geesje ten Bruggenkaten, 28 Jul 1757. Index and/or images online at https://archief.amsterdam/indexen/persons
  15. [S271] Dopen, Amsterdam, Boek 49, p. 304 (fol 132v) [#11]. Jacob, zoon van Jan ten Bronkaten en Geesie Houtman, 18 Feb 1722. Index and/or images online at https://archief.amsterdam/indexen/persons
  16. [S271] Dopen, Amsterdam, Boek 49, p. 304 (fol 132v) [#12]. Isaac, zoon van Jan ten Bronkaten en Geesie Houtman, 18 Feb 1722. Index and/or images online at https://archief.amsterdam/indexen/persons
  17. [S271] Dopen, Amsterdam, Boek 49, p. 396 (fol 188v) [#12]. Geertruij, dochter van Jan ten Bruggenkaate en Geesie Houtmans, 25 Jul 1723. Index and/or images online at https://archief.amsterdam/indexen/persons
  18. [S271] Dopen, Amsterdam, Boek 50, p. 342 (fol 171v) [#13]. Johanna, dochter van Jan ten Bruggen Cate en Gesina Holtmans, 14 Aug 1729. Index and/or images online at https://archief.amsterdam/indexen/persons
  19. [S542] Amsterdam Begraven, Boek 1218, p. 123vo. Johanna ten Bruggekaten, 7 Oct 1731. Index and/or images online at https://archief.amsterdam/indexen/persons
  20. [S271] Dopen, Amsterdam, Boek 51, p. 170 (fol 85vv) [#9]. Jan, zoon van Jan ten Bruggenkaete en Geesje Houijtmans, 29 Jun 1732. Index and/or images online at https://archief.amsterdam/indexen/persons